JAR-video-banner-small JAR-5-book-banner-small Stop-Kinsey-banner-small

Reference | Posted: June 7, 2011

Playboy vs EO - Dutch verdict

District Court Amsterdam, The Netherlands
View PDF version
View PDF scanned original

Dutch language verdict in the 1994 case of Playboy vs EO.


Be/ME
vonnis 27 oktober 1994

DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de zaak:

rolnummer KG 94/2529Be van:
  1. de vennootschap naar vreemd recht PLAYBOY ENTERPRISES INC., gevestigd te Chicago, Illinois, Verenigde Staten van Amerika, en
  2. de besloten vennootschap UITGEVERIJ SPAARNESTAD B.V., gevestigd te Haarlem,
e i s e r e s s e n bij dagvaarding van 3 oktober 1994,
procureur mr P.A.M. Hendrick,

t e g e n :

de vereniging VERENIGING TOT BEVORDERING VAN DE EVANGELIEVERKONDIGING VIA RADIO EN TELEVISIE DE EVANGELISCHE OMROEP, gevestigd te Hilversum,
g e d a a g d e ,
procureur mr R.S. le Poole.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE :

Ter terechtzitting van 11 oktober 1994 hebben Playboy en Spaarnestad, verder Playboy c.s., gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.
De EO (Evangelische Omroep) heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Tijdens de zitting is een video-opname van de thans in het geding zijnde reportage vertoond.
Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden produkties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing.

GRONDEN VAN DE BESLISSING :
1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten:
  1. Playboy is uitgeefster van het maandblad Playboy. Spaarnestad is onder een van Playboy verkregen licentie uitgeefster van de Nederlandse editie van het blad Playboy.

  2. Playboy is rechthebbende op het merk Playboy, dat onder meer bij het Benelux Merkenbureau is geregistreerd d.d. 16 december 1971 onder nummer 80650.

  3. Playboy is voorts auteursrechthebbende op de in het blad Playboy gepubliceerde foto's en andere werken.

  4. Dr. <censor>, een onderzoekster uit de Verenigde Staten, heeft ten behoeve van haar onderzoek naar de "Role of Pornography and Media Violence in Family Violence, Sexual Abuse and Exploitation, and Juvenal Delinquency" alle tijdschriften Playboy, Penthouse en Hustler, uitgegeven in de periode 1954 - 1984, onderzocht. Zij heeft de resultaten van dat onderzoek in 1986 gepubliceerd.

  5. De EO heeft in haar TV-Nieuwsrubriek Tijdsein van 17 september 1994 een reportage uitgezonden met betrekking tot het onderwerp incest en verkrachting, getiteld: "Verkracht door mijn vader?"

    In die reportage is onder meer -voor zover hier van belang- het volgende tekstgedeelte uitgesproken:

Voice over EO:

De sexindustrie heeft ook belang bij het ontkennen van incesttrauma's. Sex met kinderen verkoopt uitstekend en dus moet de indruk blijven bestaan dat kindren graag sex met volwassenen willen en dat is niet alleen de porno-industrie die dat wil, maar ook de grote blootbladen.

Dr. <censor> (onderzoekster):

"When we studied PLAYBOY and Penthouse and Hustler, the main concern being PLAYBOY, that we found thousands of images of children in those magazines. Not only did we find thousands of images of children, which was surprising, but the majority of those pictures were photoqraphs, then we had a subset was cartoons, the next largest group were cartoons and subsequent to that the last group were illustrations. And they were largely sexualized images of children. Very, very disturbing..."

ondertiteling:

(Toen we de PLAYBOY, de Penthouse en de Hustler doornamen, troffen we in die bladen duizenden afbeeldingen van kinderen aan. En niet alleen duizenden afbeeldingen. Het grootste deel waren foto's, dan had je de cartoons, dat was de tweede groep en dan had je nog de illustraties. Grotendeels "sexy" afbeeldingen van kinderen. Heel schokkend...)

Voice over EO:

<censor> heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van Amerikaanse blootbladen. Daarin gaat het niet alleen om grote borsten, maar ook om kleine kinderen.

Dr. <censor>:

"If the public knew, those magazines would no longer exist. There simply would not be any market for them and people would be so irate they would be dropped out of the marketplace and that would impact on videos and the entire industry. If they knew the fall that lays at the feet of PLAYBOY, if they knew the responsibility for incestuous rape and for rape and for child abuse across the board that laid at the feet of these materials, those materials would in my opinion no longer exist..."

ondertiteling:

(Als de mensen dit wisten zouden zulke bladen niet meer bestaan. Er zou geen markt meer voor ze zijn. Men zou zo kwaad zijn dat ze verboden werden net zoals de hele video-industrie. Als men wist wat PLAYBOY in werkelijkheid voor blad is, hoezeer dat verantwoordelijk is voor incest en verkrachting en wat daar eigenlijk instaat, zouden zulke bladen niet meer bestaan, denk ik.)

Slachtoffer:

"I know we had PLAYBOY in our house. I can remember that, and my dad was also into hardcore pornography and that was acceptable. And I really believe that as a tool that has been used to bring down ths barriers and I think that hai been a tool for incest and ritual abuse. I'm not saying all, but I'd say most of the women I talked to, pornography was a tool that was used when they were sexually abused."

ondertiteling:

(We hadden PLAYBOY thuis en mijn vader kocht ook harde porno. Dat was gewoon. En volgens mij is dat als breekijzer gebruikt om alle normen te doorbreken. Dat heeft geleid tot incest en ritueel misbruik. Niet bij alle maar bij veel vrouwen die ik heb gesproken speelde pornografie een rol bij hun sexuele misbruik.)

Voice over EO:

In Nederland bestaat de hulpverlening aan slachtoffers van sexueel misbruik nu 10 jaar. En hulpverleners gaan, net als in Amerika, vragen stellen, wat is waar en niet waar van de verhalen van slachtoffers, bestaat het dat iemand zich pas op latere leeftijd herinnert dat ze sexueel misbruikt is. Ook in Nederland is de discussie nu op gang gekomen.

Tijdens het uitspreken van de hierboven door de zogenaamde voice-over uitgesproken tekst zijn drie covers van het blad Playboy (van respectievelijk april 1976, oktober 1992 en juni 1992) in het beeld getoond, alsmede circa drie in Playboy gepubliceerde naaktfoto's.

2. Playboy c.s. vorderen in dit geding -zakelijk weergegeven- uitzending door de EO van een rectificatie waarvan de tekst nader is aangegeven in de dagvaarding, in de eerst-
volgende aflevering van het programma Tijdsein, alsmede plaatsing van een rectificatie waarvan de tekst nader is gegeven in de dagvaarding in de eerstvolgende editie van het opmroepprogrammablad van de EO, een en ander op straffe van een dwangsom, voorts betaling van ƒ 100.000,= bij wijze van schadevergoeding en een verbod jegens de EO de opname van de in het lichaam der dagvaarding omschreven reportage, met inbegrip van kopieën daarvan, op enigerlei wijze te gebruiken, op straffe van een dwangsom van ƒ 25.000,= voor iedere keer dat de EO in strijd met dit verbod handelt.

3. Playboy c.s. stellen daartoe, onder verwijzing naar de feiten, het volgende.
Playboy c.s. hebben de EO geen toestemming verleend om gebruik te maken van het door hen uitgegeven tijdschrift dan wel van daarin opgenomen afbeeldingen. Evenmin is de EO toestemming verleend om gebruik te maken van de Playboy toebehorende merken.
De EO heeft in de bedoelde reportage voor Playboy beschuldigende en incriminerende tussenteksten gebruikt, waardoor gesuggereerd wordt dat op wetenschappelijk gefundeerde wijze is komen vast te staan dat Playboy in feite verantwoordelijk is voor incest, verkrachting en/of ritueel misbruik. Playboy wordt daarbij op één lijn gesteld met pornografische bladen als Hustler en de EO doet het voorkomen alsof Playboy zich op een of andere wijze schuldig zou maken aan kinderpornografie. De EO handelt daarmee onrechtmatig jegens Playboy c.s. Playboy c.s. menen dat Playboy door de EO ten onrechte op onnodig grievende en schadelijke wijze in het nieuws is gebracht, temeer nu aan de geuite beschuldigingen een voor het kijkerspubliek serieus te nemen karakter is gegeven door deze in een actualiteitenrubriek te doen, mede in aanmerking nemende de verdere inhoud en inrichting van deze, door de EO verzorgde reportage, aldus Playboy c.s.
Voorts stellen Playboy c.s. dat de uitzending van deze reportage jegens hen onrechtmatig is omdat de zorgvuldig-
heid meebrengt dat de EO een afweging had behoren te maken, waarbij alle relevante omstandigheden hadden moeten worden betrokken, waaronder de ernst van de door de uitzending te veroorzaken nadelen voor Playboy, welke de EO ervan hadden moeten weerhouden de reportage, althans voor zover het tijdschrift Playboy daarin is betrokken, uit te zenden. Temeer nu de EO het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft toegepast.
Door de handelwijze van de EO hebben Playboy c.s. aanzienlijke schade geleden, aldus Playboy c.s.

4. De EO heeft de vordering van Playboy c.s. gemotiveerd weersproken, waarbij zij heeft aangevoerd dat de reportage uitsluitend betrekking had op Amerikaanse blootbladen, zodat de vordering van Spaarnestad reeds op die grond dient te worden geweigerd.

5. Dit verweer kan niet slagen.
Uit de video-opname valt onvoldoende op te maken dat de reportage uitsluitend betrekking heeft op Amerikaanse blootbladen. Voldoende aannemelijk is dat de Nederlandse versie van Playboy nadeel kan ondervinden van mogelijke negatieve mededelingen over de Amerikaanse versie van dat blad.

6. Voorts voert de EO aan dat in de 20 minuten durende reportage slechts zeer zijdelings en kort (1½ minuut) aandacht is besteed aan blootbladen zoals Playboy. De EO betwist voorts Playboy op één lijn te hebben gesteld met pornografische tijdschriften. In de uitzending heeft de EO uitsluitend gesproken over "Amerikaanse blootbladen". Evenmin heeft de geïnterviewde, <censor>, de kwalificatie pornografisch gebruikt.
De door <censor> geuite beweringen kunnen, als mededelingen van de geïnterviewde, niet aan de EO worden toegeschreven, zo meent de EO.
Bovendien zijn de journalisten die de reportage tot stand hebben gebracht zorgvuldig te werk gegaan. Zo heeft de in Nederland werkzame journaliste <censor> uitvoerig geinterviewd en daarnaast het rapport van <censor> bestudeerd. Verder heeft die journaliste kennis genomen van een aantal voorbeelden van afbeeldingen van kinderen in Playboy, Penthouse en Hustler. De journaliste had geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van de door <censor> in het interview gedane mededelingen, aldus de EO.

7. Uitgangspunt is dat het in beginsel aan een ieder is toegestaan zijn mening kenbaar te maken en dat het de pers is toegestaan die te publiceren.
De thans gevraagde rectificatie, inhoudende dat naar Ons oordeel op grond van het getoonde en gebruikte materiaal voor de stelling dat in het tijdschrift Playboy schokkende afbeeldingen van kinderen zouden staan en dat er een rechtstreeks verband zou zijn tussen het uitgeven van het tijdschrift Playboy en vormen van sexueel geweld als incest en verkrachting iedere grond ontbreekt, kan niet worden toegewezen, voor zover het gaat om een weergave van de mening van <censor>.
<censor> mag die opvatting huldigen, zoals het anderen is toegestaan het daarmee oneens te zijn.
De EO mag publiceren dat <censor> die mening is toegedaan en ook waarom zij dat is.

8. Met de door de EO in de bewuste televisie-uitzending toegevoegde "voice-over", waarbij de omslagen van een aantal uitgaven van Playboy worden getoond, wordt gesteld dat in de grote blootbladen (onder meer Playboy) de indruk wordt gewekt dat kinderen graag sex met volwassenen willen, omdat sex met kinderen uitstekend verkoopt.

9. Daargelaten of bedoelde stelling die door de kijker mogelijk als de mening van de EO zal zijn ervaren, juist is -deze vraag is hier niet aan de orde- kan, gelet op de door
de EO uiteengezette werkwijze van de betreffende journaliste en de niet bestreden feitelijke bevindingen van dr. Reisman, niet worden geoordeeld dat dit standpunt -als het al het standpunt van de EO zelf is- uitsluitend met de kennelijke bedoeling om Playboy te schaden is gepubliceerd, dan wel dat dit standpunt zo kennelijk ongefundeerd, dan wel op zo onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen gekomen dat dit zou moeten worden gerectificeerd.
Dat nog daargelaten dat Playboy c.s., zelf uitgevers, over ruime toegang tot de media beschikken om bedoelde door hun onjuist geachte mening te bestrijden.

10. Dat de EO Playboy c.s. niet voor de uitzending om een weerwoord heeft gevraagd, en niet heeft meegedeeld dat het onderzoek van <censor> betrekking heeft op tijdschriften verschenen in de periode 1954 - 1984 maakt dit niet anders, nu evident is uit de reeds in de Verenigde Staten gevoerde discussie over het onderzoek van <censor> dat Playboy het niet eens is met de conclusies van haar onderzoek. Wel had het de EO uit een oogpunt van journalistieke objectiviteit gesierd indien zij had vermeld dat het onderzoek van <censor> uit voormelde periode stamt en in de Verenigde Staten op zijn minst omstreden is.

11. De EO betwist voorts onder verwijzing naar artikel 16a Auteurswet dat zij door uitzending van haar reportage inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Playboy.

12. Dit verweer kan niet slagen.
Weliswaar is sprake van korte opnamen van de foto's en de covers van Playboy, doch niet geoordeeld kan worden dat het vertonen van die afbeeldingen noodzakelijk was voor het behoorlijk weergeven van een actuele gebeurtenis welke het onderwerp was van de reportage. Dit geldt temeer nu kan worden getwijfeld aan de actualiteit van het onderzoeksmateriaal waarop het onderwerp is gebaseerd, aangezien het onderzoek van <censor> zich uitstrekte over de periode
1954 - 1984 en het onderzoek met de daarin vermelde conclusies reeds in 1986 in werd gepubliceerd.
Derhalve is de inbreuk door de EO op het auteursrecht van Playboy c.s. voorshands voldoende aannemelijk geworden. Het door Playboy c.s. gevorderde verbod de opname van de reportage in de toekomst verder te gebruiken, is derhalve toewijsbaar als na te melden.
Playboy c.s. hebben echter de door hen gestelde schade niet nader gespecificeerd dan door te stellen dat zij wellicht advertentie-inkomsten zullen derven door de wijze waarop de EO Playboy in haar reportage heeft gepresenteerd. Een voorschot op grond van mogelijk geleden schade dient dan ook als te onzeker en te ongespecificeerd van de hand te worden gewezen.

13. Aangezien het verbod tot verdere publicatie reeds toewijsbaar is op grond van de geconstateerde inbreuk van het auteursrecht, behoeft de beoordeling of sprake is van merkinbreuk geen bespreking meer.

14. Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld worden de proceskosten gecompenseerd als na te melden.

B E S L I S S I N G :
  1. Verbiedt de EO de opname van de in het lichaam van de dagvaarding omschreven reportage, voor zover daarin foto's en/of andere werken, waarvan Playboy auteursrechthebbende is, worden getoond, op enigerlei wijze te gebruiken, op straffe van een dwangsom van ƒ 25.000,= voor iedere keer dat de EO in strijd met deze veroordeling handelt.
  2. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
  3. Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
  4. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door de vice-president mr U.W. Bentinck als fungerend president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 27 oktober 1994 in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.:

Retrieved October 11, 2007:

Rechtbank Amsterdam
Bureau voorlichting & communicatie
Postbus 84500
1080 BN Amsterdam